Advocaten

Tekst

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 7535991 CV EXPL 19-1211

uitspraak: 19 december 2019

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid A-Garden B.V.,

gevestigd te Dordrecht,

eiseres,

gemachtigde: [gemachtigde 1] , gerechtsdeurwaarder,

tegen

[gedaagde 1] ,

en

[gedaagde 2] ,

beiden wonende te Dordrecht ,

gedaagden,

gemachtigde: R. Yahya, bestuurder van de stichting Stichting Rechtswinkel.

Eiseres wordt hierna A-Garden genoemd. Gedaagden zullen hierna gezamenlijk [gedaagde 1] c.s. (mannelijk enkelvoud) worden genoemd.

1

Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 6 februari 2019, met producties;

- de conclusie van antwoord, met producties;

- de conclusie van repliek, met productie;

- de conclusie van dupliek, met producties;

- de rolbeslissing van 10 oktober 2019;

- de akte uitlating productie van A-Garden.

1.2.

De uitspraak van dit vonnis is nader bepaald op heden.

2

De feiten

2.1.

[gedaagde 1] c.s. woont op het adres [adres] te Dordrecht. In de [adres] hebben rioleringswerkzaamheden plaatsgevonden, waardoor het straatniveau is verhoogd. Daardoor sloten de voortuinen niet meer aan op het straatniveau.

2.2.

A-Garden heeft van de gemeente Dordrecht (hierna: de gemeente) opdracht gekregen om voor rekening van de gemeente de voortuinen van de bewoners van de [adres] op te hogen en met het bestaande straatwerk te herbestraten.

2.3.

Uit hoofde van die overeenkomst heeft A-Garden omstreeks november de voortuin, met inbegrip van de oprit, van [gedaagde 1] c.s. opgehoogd en herbestraat met de bestaande tegels.

2.4.

Enige tijd na afloop van de werkzaamheden heeft [gedaagde 1] c.s. bij A-Garden geklaagd dat een aantal tegels aan de zijkant van de oprit was verzakt en los was komen te liggen. [gedaagde 1] c.s. heeft A-Garden verzocht de bestrating van de oprit te repareren.

2.5.

In overleg met [gedaagde 1] c.s. heeft A-Garden betonnen opsluitbanden langs de zijkant van de oprit aangebracht. Tevens is de losliggende bestrating opnieuw bestraat.

2.6.

[gedaagde 1] c.s. is bij brief van 5 september 2018 door A-Garden aangemaand om een op laatstgemelde werkzaamheden betrekking hebbende factuur van 3 april 2018 ten bedrage van

€ 300,- te voldoen.

2.7.

[gedaagde 1] c.s. heeft zich bij brief aan A-Garden van 17 september 2018 op het standpunt gesteld dat de werkzaamheden voor rekening van A-Garden dienen te komen, aangezien volgens hem sprake is van herstelwerkzaamheden in verband met ondeugdelijk uitgevoerde eerdere werkzaamheden.

2.8.

De heer [naam] (hierna: [naam] ), verbonden aan Loof-Boomverzorging, heeft in zijn hoedanigheid van hovenier van [gedaagde 1] c.s. op 24 juni 2019 schriftelijk verklaard dat A-Garden bij de uitvoering van de eerdere werkzaamheden een “algemene straatwerkregel” niet in acht heeft genomen, “namelijk bij een oprit waar een auto op kan parkeren het straatwerk in te kaderen met zogeheten opsluitbanden om het ‘drijven’ van tegels te voorkomen”. [naam] is van mening dat A-Garden daarmee geen deugdelijk werk heeft verricht.

3

De vordering

3.1.

A-Garden vordert dat [gedaagde 1] c.s. bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijk wordt veroordeeld tot betaling aan haar van € 349,72, vermeerderd met de wettelijke rente over € 300,- vanaf 29 januari 2019 tot de dag van algehele voldoening. Tevens dient [gedaagde 1] c.s. in de proceskosten te worden veroordeeld.

3.2.

A-Garden heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij in opdracht en voor rekening van [gedaagde 1] c.s. werkzaamheden heeft verricht, bestaande uit het leveren en plaatsen van opsluitbanden langs de oprit, conform een aan [gedaagde 1] c.s. toegezonden en door [gedaagde 1] c.s. geaccepteerde offerte d.d. 26 januari 2018. Er is sprake van extra werkzaamheden ten opzichte van de met de gemeente overeengekomen en uitgevoerde werkzaamheden. De gemeente heeft met A-Garden afgesproken dat extra werkzaamheden voor rekening van de bewoners zouden komen. Na uitvoering van de extra werkzaamheden heeft A-Garden [gedaagde 1] c.s. een factuur d.d. 3 april 2018 ten bedrage van € 300,- gezonden. [gedaagde 1] c.s. heeft die factuur ondanks aanmaning onbetaald gelaten. Naast de hoofdsom van € 300,- maakt A-Garden aanspraak op een bedrag van € 4,72 aan vervallen rente berekend vanaf 14 dagen na factuurdatum tot 29 januari 2019. A-Garden maakt tevens aanspraak op een bedrag van € 45,- aan buitengerechtelijke kosten.

4

Het verweer

4.1.

[gedaagde 1] c.s. voert verweer, in het kader waarvan hij, samengevat en voor zover hier van belang, het volgende heeft aangevoerd. A-Garden heeft de met de gemeente overeengekomen werkzaamheden ondeugdelijk uitgevoerd. Aan de zijkant van de oprit van [gedaagde 1] c.s. zijn stenen verzakt en los komen te liggen. De gevorderde hoofdsom heeft betrekking op herstelwerkzaamheden die A-Garden in verband daarmee heeft uitgevoerd. De kosten van de herstelwerkzaamheden komen uit hoofde van artikel 7:759 BW voor rekening van A-Garden. [gedaagde 1] c.s. betwist dat tussen hem en A-Garden een overeenkomst tot stand is gekomen ten aanzien van de herstelwerkzaamheden. A-Garden heeft [gedaagde 1] c.s. niet geïnformeerd dat er kosten aan het herstelwerk verbonden waren. De door A-Garden overgelegde offerte voor de herstelwerkzaamheden heeft [gedaagde 1] c.s. niet ontvangen. Evenmin heeft hij daarmee ingestemd.

5

De beoordeling

5.1.

Niet is in geschil dat A-Garden in opdracht en voor rekening van de gemeente de voortuin van onder meer [gedaagde 1] c.s. heeft opgehoogd en herbestraat. De tussen A-Garden en de gemeente tot stand gekomen overeenkomst moet worden gekwalificeerd als een overeenkomst van aanneming van werk als bedoeld in art. 7:750 BW.

5.2.

Of tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen betreffende, kort gezegd, het leveren en aanbrengen van opsluitbanden, zoals A-Garden stelt en [gedaagde 1] c.s. betwist, kan, gelet op hetgeen hierna wordt overwogen, buiten beschouwing blijven.

5.3.

Tussen partijen staat niet ter discussie dat A-Garden van de gemeente de opdracht had gekregen om bij de ophoog- en herbestratingswerkzaamheden alleen de bestaande tegels te gebruiken en dat extra werkzaamheden voor rekening dienden te komen van de bewoners van [adres] .

5.4.

Partijen zijn het er voorts over eens dat enige tijd na beëindiging van de werkzaamheden tegels aan de zijkant van de oprit van [gedaagde 1] c.s. waren verzakt en los waren komen te liggen. A-Garden heeft niet betwist dat het een algemene straatwerkregel is dat het straatwerk bij een oprit waar een auto op kan parkeren, dient te worden ingekaderd met opsluitbanden om losliggende tegels te voorkomen. A-Garden heeft evenmin betwist dat zij die algemene straatwerkregel niet is nagekomen. In zoverre is het werk niet deugdelijk uitgevoerd. Volgens A-Garden heeft zij geen fout gemaakt bij de uitvoering van de opdracht van de gemeente, omdat zij de opdracht had gekregen het bestaande straatwerk op te hogen. Ten tijde van het herbestraten van de oprit waren er geen opsluitbanden aanwezig, aldus A-Garden.

5.5.

Op grond van artikel 7:754 BW is de aannemer bij het aangaan of het uitvoeren van de overeenkomst gehouden de opdrachtgever te waarschuwen voor onder meer onjuistheden in de opdracht en fouten of gebreken in de door opdrachtgever verstrekte plannen of uitvoeringsvoorschriften, voor zover hij deze kende of redelijkerwijs behoorde te kennen.

De gevolgen van fouten of gebreken in de door de opdrachtgever verstrekte uitvoeringsvoorschriften komen ingevolge artikel 7:760 lid 2 en 3 BW voor de opdrachtgever, voor zover de aannemer niet zijn in artikel 7:754 BW bedoelde waarschuwingsplicht heeft geschonden of anderszins met betrekking tot deze gebreken in deskundigheid of zorgvuldigheid tekort is geschoten.

5.6.

A-Garden heeft het standpunt ingenomen dat het op de weg van [naam] had gelegen om [gedaagde 1] c.s. te adviseren opsluitbanden rondom de oprit te laten aanleggen. Daarmee miskent A-Garden dat op haar, als aannemer, een waarschuwingsplicht ex artikel 7:754 BW rustte. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft A-Garden de op haar rustende waarschuwingsplicht tegenover haar opdrachtgever (de gemeente) verzaakt door de bewoner ten behoeve van wie de werkzaamheden werden verricht ( [gedaagde 1] c.s.) niet te waarschuwen dat het resultaat van het werk onvoldoende zou zijn zonder opsluitbanden.

5.7.

Nu, zoals hiervoor is overwogen, A-Garden de op haar rustende waarschuwingsplicht heeft geschonden, kunnen de gevolgen van de ondeugdelijke uitvoering en derhalve ook de kosten verbonden aan het alsnog deugdelijk uitvoeren van het werk niet bij [gedaagde 1] c.s. in rekening worden gebracht. Dit brengt mee dat de vordering van A-Garden zal worden afgewezen.

5.8.

A-Garden zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

6

De beslissing

De kantonrechter:

wijst het gevorderde af;

veroordeelt A-Garden in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde 1] c.s. vastgesteld op € 144,- aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

Stel uw vraag

Wij helpen u graag.

 

Arbeidsrecht

Bijstand